André van Stigt

Genomineerd in 2016 met De Hallen in Amsterdam

André van Stigt, 2017. Foto: Marijn Scheeres

André van Stigt, 2017

Moeten we dit normaal gaan vinden?

Architect André van Stigt is de motor achter de herontwikkeling van De Hallen in Amsterdam, een monumentale tramremise waar twintig jaar lang geen plan voor tot uitvoering kwam. Totdat in 2008 de crisis uitbrak en Van Stigt deed wat hij al tientallen jaren doet in Amsterdam: monumenten een tweede leven geven door middel van onorthodox architect- en opdrachtgeverschap. ‘Ik bekommer mij om de iconen in de stad, maar kansen komen alleen als de usual suspects zich terugtrekken en kleinere partijen met een onconventionele aanpak aan de slag mogen. Daarom kun je alleen in crisistijd nieuwe dingen doen.’

Natuurlijk was hij blij met de nominatie voor de Gouden Piramide voor Stichting TROM. Dat is de Tramremise Ontwikkelingsmaatschappij waar Van Stigt een van de oprichters van is. Maar de nominatie in 2016 kwam wel een beetje laat. ‘De Hallen heeft inmiddels negen prijzen gewonnen, waaronder diverse internationale, en heeft ik geloof wel 25 nominaties. Het project was toen al zeven keer officieel geopend, functioneerde op volle toeren, de erkenning was groot en de toeloop enorm.’ Een prijs hoeft voor hem dan ook niet zo nodig, maar het belang van erkenning van goed opdrachtgeverschap vanuit de overheid onderkent hij zeker. Al kan hij zich effectievere manieren voorstellen om dat te bevorderen: ‘Geef alleen een prijs aan gebiedsontwikkelingsprojecten. Daar heeft de overheid een taak en particulieren regelen hun eigen gebouwen wel. Gebiedsontwikkeling duurt ook veel langer. Elke economie genereert nieuwe vormen van opdrachtgeverschap in verschillende tijden.’

Voorbeeldfunctie

Beter dan zulke prijzen uit te reiken, zou de overheid haar eigen voorbeeldfunctie serieus kunnen nemen. ‘Dus niet onder het mom van transparantie Rijksvastgoed verkopen aan de hoogste bieder. Of door constructies te bedenken die als resultaat hebben dat een bureau als het mijne – met al die door de overheid erkende ervaring – nu eens wél in aanmerking komt voor grote gebiedsontwikkelingen. En als die prijs er dan toch is: reik hem uit in de ontwikkelingsfase, zodat de formele erkenning van Rijkswege potentiële investeerders kan overtuigen.’

De Hallen Amsterdam. Foto Hans Kuiper

De Hallen Amsterdam

Detail deuren De Hallen. Foto Saskia Voest

Detail in de Hallen Amsterdam van Stichting TROM

Maar goed, de nominatie dus. Na een uitvoerige lofrede op De Hallen stipt het juryrapport het volgende dilemma aan: ‘Van Stigt zit risicodragend in het project, kiest consequent voor oplossingen met de grootste maatschappelijke waarde in plaats van het hoogste rendement en heeft, samen met zijn echtgenote, jaren van zijn leven gegeven om dit voor elkaar te krijgen. Een voorbeeldig opdrachtgever, je zou wensen dat er meer waren zoals hij, maar tegelijk stelde dat de jury voor een dilemma. Welke wissel mag je als samenleving trekken op individuele mensen? Moeten we dit normaal gaan vinden?’ Van Stigt luistert geamuseerd toe. ‘Ik vind van wel’, zegt hij. Inmiddels is hij bezig met meerdere andere projecten. Soms omdat woningcorporaties falen. Soms omdat panden dreigen te verdwijnen in Russische, Chinese of criminele handen. ‘De overheid kan niet alles oplossen. Een vitale coalitie van burgers met maatschappelijk organisaties en commercieel kapitaal kan vaak beter maatwerk leveren. De mate waarin ik soms risico loop, is misschien niet helemaal vanzelfsprekend, maar ik vind betrokkenheid bij maatschappelijke projecten wel normaal. De Hallen biedt geen structurele oplossing voor de enorme hoeveelheid leegstaand vastgoed, maar aan de andere kant: één oplossing is er niet. Deze constructie verdient ook een kans.

Kwalijk

Binnen een reguliere aanbestedingsprocedure had Van Stigt De Hallen dus niet mogen en misschien ook niet kunnen aanpakken, maar nu maken De Hallen winst. Met het geld dat op die manier in de kas van Stichting TROM terecht komt, probeert hij andere gebouwen voor de stad te behouden. ‘Ymere moet de Haarlemmerpoort verkopen, omdat de corporatie het achterstallig onderhoud niet kan betalen. Een herontwikkelingsmodel met bijvoorbeeld horeca is wettelijk niet meer toegestaan nu woningcorporaties zich tot hun kerntaak moeten beperken. En dus is de kans groot dat dit prachtige project wordt verkocht aan een buitenlandse investeerder. Met de winst kan Ymere weliswaar nieuwe sociale woningen bouwen, maar de stad is een icoon kwijt. Dat is kwalijk. Vanuit het politiebureau in de Warmoesstraat werd de maffia bestreden op de Zeedijk. Nu wordt het pand verkocht aan een maatje van een van de grootste criminelen van Amsterdam. Ik begrijp de lol om als boef een politiebureau te kopen, maar dat laat je als overheid toch niet gebeuren?’

Waarmee hij maar wil zeggen: op papier kan de rekensom kloppen en kan worden aangetoond dat de stad er niet slechter van wordt, maar behoud van sociale functies in de stad is ook wat waard. Of voorrang aan ouderenzorg in plaats van weer een nieuw hotel. Dan kan de Haarlemmerpoort, Maison Descartes, noem ze maar op, misschien behouden blijven. Een goed voorbeeld is de verkoop van het oude conservatoriumgebouw (waar nu het Conservatoriumhotel in is gevestigd). De winst bij verkoop van dat pand werd de bruidsschat voor de nieuwbouw van het nieuwe conservatorium. Zo blijft het kapitaal in de stad. Van Stigt is nu betrokken bij bijvoorbeeld University College in de voormalige koepelgevangenis in Haarlem, maar ook bij het Binnengasthuisterrein. Dit is een project waarbij een coalitie van partijen ervoor heeft gezorgd dat een monumentaal gebouwencomplex behouden blijft en dat het gebied integraal ontwikkeld wordt. Het steuntje dat nodig is, is om tot een vitale coalitie te komen om het gebied duurzaam en langdurig te beheren met gebruikers en bewoners. De architect moet dan partner zijn en langdurig betrokken blijven. Dus wordt de foto gemaakt op het Binnengasthuisterrein. Deze voorbeeldige genomineerde voor de Gouden Piramide heeft alweer een nieuw project onderhanden.