Simon van Duijvenbode

Genomineerd in 2003 met zijn dijkwoning in Dalem

Simon van Duijvenbode, 2017. Foto: Marijn Scheeres

Simon van Duijvenbode, 2017

De bouw is een softe sector

Wie zijn eigen huis laat bouwen, gaat een avontuur aan. Veel particuliere opdrachtgevers kunnen meepraten over onverwachte voorwaarden aan vergunningen, tegenvallers in de bouw en de vele, vele keuzes die gemaakt moeten worden. Aan het droomhuis gaan vaak slapeloze nachten vooraf. Simon van Duijvenbode, in 2003 genomineerd voor de Gouden Piramide, is daar geen uitzondering op. Integendeel. Met de oplevering waren de verrassingen nog niet voorbij.

Zijn huis staat op een prachtige plek aan de Waaldijk bij Dalem, in het uiterste zuidoosten van Zuid-Holland. Vanuit de woonkamer kijken zijn vrouw en hij uit over de rivier. Aan de overkant liggen Slot Loevestein en de oude dorpskern van Woudrichem. Ze woonden daar al in 1995, toen een dreigende overstroming een grootscheepse evacuatie in gang zette. Die gebeurtenis vormde de directe aanleiding om de dijk te verhogen. Het oude huis, gebouwd rond 1850, verloor zijn uitzicht.

Buren lieten zich uitkopen en vertrokken, maar Van Duijvenbode koos een andere oplossing. Hij liet een compleet nieuw huis bouwen op dezelfde plek. ‘Dat konden we ons alleen veroorloven omdat mijn vrouw en ik beiden werkten’. Gasten die slecht ter been waren moesten er terecht kunnen, wat in het oude huis niet het geval was. Het huis zou bovendien een moderne uitstraling moeten krijgen. ‘De gemeente Neerijnen, twintig kilometer verderop langs de Waal, had een architectuurprijsvraag georganiseerd over nieuwe dijkwoningen. De burgemeester vond dat er te traditioneel werd teruggebouwd. Zo hebben we onze architect gevonden.’

Van Duijvenbode maakte het zichzelf niet gemakkelijk. Wie op een dijk wil bouwen, krijgt met een reeks aanvullende voorwaarden van het waterschap te maken. En hij wilde de woning zo duurzaam mogelijk hebben, met een minimaal energieverbruik. De jury van 2003 was geïmponeerd, blijkt uit het juryverslag: ‘Het volbrengen van een dergelijke opgave zou voor een professional al een stevig karwei betekenen. Voor een particulier niet afkomstig uit de bouwwereld is dit een prestatie van jewelste’.

Bosje bloemen

De erkenning en de belangstelling waren leuk, zegt Van Duijvenbode, die toch een licht katterig gevoel overhield aan de prijsuitreiking. ‘Wij in onze beste kleren naar Rotterdam. Maar voor ons als niet-winnende genomineerde kon er nog geen bosje bloemen van af’. Tegenwoordig kunnen alle genomineerden rekenen op een mooi boeket, maar nog steeds is er maar één winnaar die met de trofee en de geldprijs naar huis gaat. ‘Voor particulieren is het een heel vermogen. Wij hebben later achter het huis een praktijkruimte bijgebouwd. Die hadden we ermee kunnen betalen. Voor grote bedrijven is de geldprijs hooguit een aardig bedrag voor een extra opdracht’. Hij pleit voor een onderscheid tussen verschillende typen opdrachtgevers in de formule van de Gouden Piramide. ‘Ik kon alleen met dit ene project meedoen. De Vereniging Natuurmonumenten, die in 2003 won, zond drie verschillende projecten in.’ Sinds 2004 kan een opdrachtgever slechts één project inzenden, ‘maar nog steeds kunnen professionele opdrachtgevers het beste selecteren uit meerdere projecten’.

De nominatie was de bekroning, maar niet het sluitstuk van het avontuur als opdrachtgever. Tal van complicaties traden op. ‘En niemand die daar de verantwoordelijkheid voor nam. De architect niet, de aannemer niet, de leverancier niet. De bouw blijkt dan toch een softe bedrijfssector. Veel zachter dan het welzijn, waar ik zelf in werk. In Duitsland draagt de architect veel meer verantwoordelijkheid in het bouwproces. Hij is daar aanspreekbaar op gebreken. Zoiets zou hier ook moeten’.

Zonnewoning Dalem. Foto: Roos Aldershoff

Zonnewoning Dalem

Interieur en uitzicht. Foto Roos Aldershoff

Interieur en uitzicht

Verdienmodel

Van Duijvenbode wijst naar een raam aan de achterkant. Een breed venster in de hal, voorzien van driedubbelglas zoals alle ramen in het pand. ‘We wilden een raam dat open kan, omdat we het van buitenaf niet schoon kunnen houden. Maar het is veel te zwaar om te openen. Het is echt tillen. Dat geldt voor veel andere deuren en ramen ook. De scharnieren zijn er niet eens op berekend.’

Er zijn meer voorbeelden. Het stucwerk was niet bestand tegen de schrille wind over de rivier. De zonnegascombi die het huis moest verwarmen heeft hij vervangen door een gewone cv-ketel, nadat een scheur in de zonneboiler flinke waterschade veroorzaakte. Ook het afschot van het dak deugde niet. Reclameren ging niet, want de betrokken bedrijven bleken opgedoekt. ‘Ik heb nu voor de derde keer een nieuw dak. Dat is nogal wat, binnen twintig jaar. Maar de voorgaande dakdekkers zijn beide failliet. Soms lijkt het alsof faillissementen tot het verdienmodel van de sector horen’.

De fraaie dijkwoning aan de Waal is het hem zonder meer waard. Maar voor een pionier in duurzaam bouwen is de vertwijfeling nooit ver weg. ‘Wanneer je als particulier iets experimenteels wil doen, heb je geen enkele garantie. Dan ben je heel kwetsbaar. De zonnepanelenbranche heeft het goed geregeld. Daar blijft de garantie overeind als de leverancier failliet is. In de bouw lijkt zoiets voor het merendeel van de bedrijven niet mogelijk. Volgens mij ligt hier een mooie opdracht voor Bouwend Nederland.’

Dit interview uit de serie werd geschreven door Peter Paul Witsen.