Berry Kessels

Winnaar 2013 met Modekwartier Klarendal in Arnhem

Opdrachtgevers Modekwartier Arnhem, 2017. Foto Marijn Scheeres

Opdrachtgevers Modekwartier Arnhem met in het midden Berry Kessels, 2017

Vier je successen

Toen minister Blok in 2013 de winnaar van de Gouden Piramide bekendmaakte, ging er een gejuich op als nooit tevoren. Niet alleen was opdrachtgever Volkshuisvesting Arnhem erg blij met de prijs; ze waren gewoon met heel veel mensen. Bewoners, kunstenaars, ondernemers, gemeentemedewerkers en mensen van de woningcorporatie zelf. ‘Het is een bevestiging van de banden en relaties die je opbouwt. Je moet in dit soort langdurige processen af en toe je successen vieren. Dit was een prachtige gelegenheid’, aldus Berry Kessels, manager Wonen van Volkshuisvesting.

In restaurant Goed Proeven in Klarendal konden de thuisblijvers de bekendmaking volgen op televisie en toen de delegatie daar rond 22 uur aankwam, ging het feest nog even door in een van boven tot onder in goud gestoken entourage. De geldprijs werd eerlijk verdeeld onder de partijen, en de trofee begon aan een maandenlange tournee langs het restaurant, de speeltuin, de cultuurkazerne, het wijkcentrum, het modehotel en verder. Het was een vrolijke boel, maar het tekent vooral de manier waarop Modekwartier Klarendal tot stand is gekomen: in hechte samenwerking tussen alle partijen.

Kerntaak

Misschien had de feestvreugde ook met iets anders te maken. Bij Volkshuisvesting Arnhem wisten ze heel goed dat dit een van de laatste projecten was waarin de corporatie op deze manier betrokken kon zijn. Kort daarna besloot het kabinet immers dat woningcorporaties zich niet meer zomaar buiten hun kerntaak mogen begeven. En die kerntaak bestaat uit het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen. Wijkontwikkeling door te investeren in commercieel vastgoed hoort daar niet bij, laat staan het verplaatsen van monumenten zoals het oude postkantoor. ‘Voor Klarendal heeft het niet uitgemaakt’, zegt Kessels. ‘We hebben het project af kunnen maken, op een enkel pandje na dat we misschien graag nog hadden gekocht. Het geeft niet. De markt neemt het weer van ons over. Dat komt de diversiteit ten goede. Waar de kans zich voordoet, wordt in de wijk een gevarieerd palet aan woningen ontwikkeld, van betaalbare starterswoningen tot herenhuizen van een half miljoen euro. Dat was vijf jaar geleden nog ondenkbaar.’

Het Jordaan-effect is in Klarendal uitgebleven. De jury was daar destijds bang voor: dat de oorspronkelijke bewoners wegtrekken onder druk van nieuwkomers met meer geld. ‘Dat kan ook niet,’ aldus Kessels. ‘Het grootste deel van woningen is en blijft in ons bezit. Maar de terugkeer van marktpartijen is zeker een graadmeter van het succes. Ook de leefbaarheid en de verhuurbaarheid zijn verbeterd. En hoewel de inkomenshoogte ongeveer gelijk is gebleven, zien we wel een ander type mensen: jongeren en kunstenaars. Ook op een andere manier zien we de resultaten: we praten met diverse ondernemers in de wijk over de verkoop van de winkelpanden die ze eerst huurden.’

Vastgoedfonds

Sinds Modekwartier Klarendal in 2014 werd afgerond, is het werk van Kessels weer ‘genormaliseerd’. Voor zover dat begrip van toepassing is op Kessels, die in een vorig leven werkte op de redactie van De Gelderlander, tot voor kort voorzitter was van architectuurcentrum CASA, en nog altijd actief is als bestuurder bij het Fashion & Design Festival Arnhem. Wat op Klarendal nog mogelijk was, kan niet meer op de Geitenkamp – een andere Arnhemse wijk met prachtige architectuur en veel sociale huurwoningen die het momenteel moeilijk heeft. Ook daar is een pleintje met kwijnende middenstand waar hij graag op de Klarendalse wijze mee aan de slag zou gaan. ‘Als woningcorporatie kunnen we dat niet meer doen. Maar misschien hoeft het daar ook niet op deze manier. Na Klarendal zijn Arnhemse ondernemers en beleggers bezig een maatschappelijk vastgoedfonds op te richten dat het gat tussen de woningcorporatie en de markt zou kunnen opvullen.’ Zo is er voor elke periode en elke locatie een gepaste oplossing. Successen die zo nauw samenhangen met het lokale DNA laten zich immers niet één op één herhalen.