Ga direct naar inhoud

Reglement

reglement Gouden Piramide, Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap


HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN


Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de bewindspersoon: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, de Minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister van Verkeer en Waterstaat, de
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, of andere aan de regeling deel te nemen Ministers en Staatssecretarissen die nauwe verwantschap hebben met het opdrachtgeversbeleid;
b. de Minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
c. het College van Rijksadviseurs: college van vakdeskundigen benoemd door - en
adviseurs van - vakministers, te weten de Rijksadviseur voor het Landschap, de
Rijksadviseur voor de Infrastructuur en de Rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed.

HOOFDSTUK II GOUDEN PIRAMIDE

Artikel 2
1. Er is een rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap, genaamd 'Gouden Piramide'
2. De prijs zal in een cyclus van twee rondes in beginsel jaarlijks worden toegekend naar aanleiding van een project in een van de volgende categorie├źn:
a. architectuur: ontworpen en gebouwde objecten, waaronder in ieder geval begrepen: architectuur van gebouw, complex of ensemble, omgevingsarchitectuur en civieltechnisch ontwerp van lokale betekenis;
b. gebiedsontwikkeling: ingerichte of in te richten terreinen of landsdelen, waaronder in ieder geval begrepen: tuin- en landschapsontwerp, stedenbouw, regionale planning en bovenlokaal civieltechnisch ontwerp.

3. De prijs wordt ter beschikking gesteld aan natuurlijke of rechtspersonen die op inspirerende wijze invulling hebben gegeven aan het opdrachtgeverschap in Nederland op de in het tweede lid omschreven niveaus.

4. De prijs bestaat uit:
a. een speciaal ontworpen trofee,
b. een audiovisuele presentatie of een documentaire waarin het werk en de opvattingen van de laureaat en de overige genomineerden centraal staan en
c. een bedrag van 50.000 euro.

HOOFDSTUK III CRITERIA

Artikel 3
1. Een ieder kan met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 bij de Minister zichzelf of een ander natuurlijk persoon of een rechtspersoon voordragen om in aanmerking te (doen) komen voor mededinging naar de prijs.
2. Voor mededinging naar de prijs komen in aanmerking opdrachtgevers van wie een project wordt ingediend waarvan met de fysieke uitvoering in de vier jaar voorafgaand aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend, is begonnen.
3. Rijksdiensten en onderdelen daarvan komen niet voor de prijs in aanmerking.

Artikel 4
De voorzitter van de jury stelt vast op welke wijze inzending plaatsvindt. In ieder geval bepaalt de voorzitter van de jury de wijze van inzending, de inzendingstermijn en de omschrijving van het vereiste materiaal.

HOOFDSTUK IV JURY, BEOORDELING, NOMINATIE EN BESLUIT

Artikel 5
1. Er is een jury die beoordeelt, nomineert en adviseert tot toekenning van de prijs.
2. De jury bestaat uit een voorzitter en zeven leden. Het voorzitterschap, zonder stemrecht, wordt bekleed door de Rijksbouwmeester. De voorzitter kan zich laten vervangen door een jurylid of een door hem uit te nodigen lid van het College van Rijksadviseurs. Bovendien kan de voorzitter zich laten adviseren door een lid van het College van Rijksadviseurs, die specialist is in het betreffende vakgebied.

Artikel 6
1. De leden van de jury zijn afkomstig uit kringen van:
a. het professionele opdrachtgeverschap
b. het technisch-wetenschappelijk opdrachtgeverschap
c. ervaren ontwerpers
d. aankomende, talentvolle ontwerpers
e. het lokaal bestuur, en/of ambtelijke vertegenwoordigers
f. de vakkritiek
g. de algemene journalistiek en/of commentatoren.
2. Het lidmaatschap van de jury wordt uitgeoefend op persoonlijke titel.

Artikel 7
1. De leden worden, op voordracht van de Rijksbouwmeester, door de minister benoemd.
2. Benoeming tot lid van de jury geschiedt voor een zittingsperiode die duurt van de datum van benoeming tot de dag volgend op de dag waarop de prijs is uitgereikt, en waarop de jury wordt geacht te zijn ontbonden.
3. Rijksambtenaren worden niet in de jury benoemd.

Artikel 8
1 . De Rijksbouwmeester voegt een secretaris aan de jury toe.
2 . De secretaris is geen lid van de jury en heeft geen stemrecht.

Artikel 9
1. De jury besluit bij meerderheid van stemmen.
2. Voor het vaststellen van het rapport, bedoeld in artikel 12, derde lid, geldt dat ten minste vijf leden hun stem moeten hebben uitgebracht.

Artikel 10
1. Het lidmaatschap van de jury eindigt:
a. door het verstrijken van de zittingsperiode, bedoeld in artikel 7,
tweede lid;
b. door ontslag door de Minister, al dan niet op eigen verzoek;
c. door overlijden.
2. Ten aanzien van het eerste lid, onderdeel b, geldt dat de Minister op voordracht van de Rijksbouwmeester een jurylid kan ontslaan wanneer gebleken is van een dermate nauwe betrokkenheid bij een of meer projecten dat de mogelijkheid bestaat dat daardoor het onafhankelijk oordeel van het desbetreffende jurylid in gevaar komt.Ter vaststelling van een dergelijke betrokkenheid gaat de jury in haar eerste zitting na of projecten zijn ingediend waarbij juryleden betrokken zijn geweest en stelt de jury vast of de onafhankelijke oordeelsvorming van een of meer juryleden in gevaar is of kan komen.

Artikel 11
1. Bij de beoordeling van de ingezonden projecten betrekt de jury in elk geval:
a. tot welke categorie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, een ingezonden project behoort; het oordeel van de jury hieromtrent is bindend voor de actuele en volgende rondes;
b. of het ingediende project in voldoende mate bepaalbaar is om een beoordeling mogelijk te maken van het redelijkerwijs te verwachten eindresultaat;
c. de wettelijke voorschriften die gelden voor het door of namens de opdrachtgever ingediende project;
d. de wijze waarop de opdrachtgever vorm en inhoud heeft gegeven aan zijn opdrachtgeverschap;
e. de gebruikswaarde, de culturele waarde en de toekomstwaarde van het door of namens de opdrachtgever ingediende project, mede in relatie tot de kosten.
2. Indien de opdrachtgever uit hoofde van zijn professie of maatschappelijke functie regelmatig betrokken is bij de realisering van projecten, zal de jury ook letten op de consistentie in de wijze waarop het opdrachtgeverschap is uitgeoefend en de continuïteit in de kwaliteit van de gerealiseerde projecten over een periode van maximaal tien jaar, voorafgaand aan het jaar waarin de prijs wordt toegekend.

Artikel 12
1. De jury nomineert ten minste drie en maximaal vijf opdrachtgevers.
2. De jury voert gesprekken met de door haar genomineerde opdrachtgevers en met andere betrokkenen, en bezoekt projecten van de genomineerde opdrachtgevers alvorens te adviseren aan welke opdrachtgever de prijs wordt toegekend.
3. De jury stelt een rapport op waarin zij haar bevindingen neerlegt met betrekking tot de genomineerde opdrachtgevers en waarin zij haar advies omtrent toekenning van de prijs kenbaar maakt.

Artikel 13
1. De Minister besluit over toekenning van de prijs, gehoord het advies van de jury en na overleg met de bewindspersoon van wie het beleidsterrein de grootste verwantschap vertoont met het werk van de winnende opdrachtgever, indien aan de orde.
2. De Minister wijkt niet af van het advies van de jury dan na voorafgaand overleg met de jury.

HOOFDSTUK V BEKENDMAKING EN UITREIKING VAN DE PRIJS

Artikel 14
1. Op een gezamenlijke openbare bijeenkomst, waarbij de juryleden en de genomineerden aanwezig zijn, maakt de bewindspersoon, van wie het beleidsterrein de grootste verwantschap vertoont met het werk van de winnende opdrachtgever de winnaar van de prijs bekend en reikt de prijs uit. Bij ontstentenis laat de desbetreffende bewindspersoon zich vertegenwoordigen door een collega-bewindspersoon.
2. De prijsuitreiking kan ook door meerdere bewindspersonen geschieden.
3. Op de bijeenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt het rapport, bedoeld in
artikel 12, derde lid, door de juryvoorzitter openbaar gemaakt.

Artikel 15
Ter gelegenheid van de uitreiking van de prijs wordt door of in opdracht van de bewindspersoon, bedoeld in artikel 1 eerste lid onderdeel a, een publicatie uitgebracht waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan de door de jury genomineerde opdrachtgevers en hun ingezonden project ten behoeve van kennisoverdracht en ?ontwikkeling over het inspirerend opdrachtgeverschap.

HOOFDSTUK VI OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 16
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze regeling en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze regeling de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.