Ga direct naar inhoud

Voorlopers in een nieuwe bouwcultuur

Een selectie uit de opbrengst van de Gouden Piramide 2020

‘Een intens gevoel van trots’. Met die woorden omschreef een van de genomineerde opdrachtgevers de beweegredenen om in te schrijven voor de Gouden Piramide. Andere inschrijvers lieten zich in soortgelijke bewoordingen uit.

De trots is ze gegund. Veel deelnemers hebben een uitzonderlijke prestatie geleverd. Dat geldt zeker niet alleen voor de vijf genomineerden, die de jury in het voorjaar van 2021 zal bezoeken. De komende maanden lichten we op de website tien andere deelnemers uit. Deze tien hebben het weliswaar niet tot een nominatie gebracht, maar de jury heeft er met veel belangstelling en waardering over gesproken. Net als de genomineerden en tal van andere deelnemers, staan ze voor een nieuwe bouwcultuur waarin duurzaamheid, transformatie en sociaal-maatschappelijke samenhang hoog staan aangeschreven.

Onbekend terrein

Welke hotelexploitant haalt het bijvoorbeeld in zijn hoofd om een hotel te openen in 28 verspreid over de stad liggende tiny buildings, waarvan er geen twee gelijk zijn? De ondernemers achter Seven New Things durfden het aan. Ze huurden alle gemeentelijke brugwachtershuisjes en realiseerden wat je met terugwerkende kracht het meest coronabestendige hotel van Amsterdam mag noemen. Voor de coronacrisis werd de hoofdstad overspoeld door toeristen. Daar zijn op zichzelf de nodige kanttekeningen bij te plaatsen. Maar Seven New Things zette die buitengewone marktomstandigheden in om een vorm van herbestemming te realiseren die nooit eerder is vertoond.

De gemeente Amsterdam werkte mee aan dit initiatief, maar maakte het de opdrachtgever niet per se makkelijk. Hetzelfde kan gezegd worden van de gemeente Tilburg, die zelf het initiatief nam om het nieuwe Spoorpark te laten ontwikkelen door de bewoners van de stad. Een zo consequent vermaatschappelijkt opdrachtgeverschap voor een publieke ruimte is nieuw. Net als Seven New Things begaven de vrijwilligers van de Stichting Spoorpark zich op onbekend terrein. Alle partijen moesten wennen aan zo’n manier van werken. Het was bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend dat meevallers in de aanbesteding, bereikt door de stichting, ook het park ten goede zouden komen.

Keten

Beide voorbeelden laten zien dat inspirerende opdrachtgevers een onmisbare schakel zijn in nieuwe vormen van bouw of gebiedsontwikkeling. Inspiratie betekent dat het resultaat een voorbeeldstellende werking heeft voor opdrachtgevers die voor vergelijkbare opgaven staan. Maar ook al tijdens het ontwikkelingsproces hebben zij hun inspiratiekracht hard nodig. Om gemeentebestuur en ambtelijk apparaat over de streep te trekken, om bouw- en installatiebedrijven uit hun routines te halen, om financiering te verwerven.

Opdrachtgever en ontwerper hebben kortom niet genoeg aan elkaar voor een tot de verbeelding sprekend resultaat. Volharding bij opdrachtgevers vertaalt zich niet in de laatste plaats in de zoektocht naar de juiste partners. In het Friese Opeinde kon basisschool De Leister Igge alleen zo grondig vernieuwd en verduurzaamd worden omdat financieel adviseurs een draai wisten te geven aan het vaste kostenvergoedingensysteem van het Rijk, en de gemeente Smallingerland daar haar rol in oppakte. Een Rotterdams ziekenhuis bood afgedankte materialen en installaties op internet aan voor hergebruik, waardoor de Stichting Grondvesten haar Buitenplaats Brienenoord kon realiseren. Een bouwcultuur van aandacht en ambitie werkt door in de hele keten, van vergunningverlener tot sloopbedrijf.

Publieke waarde

Eigen aan het opdrachtgeverschap in architectuur en gebiedsontwikkeling is dat het belang van een goed resultaat verder reikt dan het belang van de opdrachtgever zelf. Het resultaat beïnvloedt immers de openbare ruimte. En dus ook de manier waarop mensen de stad of het landschap gebruiken, de mate waarin ze het waarderen. Zelfs, al is het maar voor een ogenblik, hun gemoedstoestand. Het maakt verschil of je langs een ongenaakbaar kantoorgebouw wandelt of langs een wooncomplex dat zich open stelt voor de omgeving. Ontwikkelaar MWPO transformeerde een voormalig rijkskantoor in Den Bosch van het een in het ander, zonder het oorspronkelijke karakter geweld aan te doen. Die intrinsieke publieke dimensie telt des te zwaarder omdat de bouwwerken tientallen, misschien honderden jaren staan – alhoewel er steeds meer verschijnen die volledig demontabel en herbruikbaar zijn. Zelfs als er geen enkele reden is om te veronderstellen dat het een kort leven beschoren zal zijn, zoals het opzienbarende vogelobservatorium Tij aan het Haringvliet, uitgevoerd in opdracht van Vogelbescherming Nederland.

Condities

Een zorgvuldige, geëngageerde omgang met de omgeving is lang geen gemeengoed. Sterker: de ontmoedigingen lijken talrijker en taaier dan de stimulansen. Ze zijn verankerd in financiële kaders, regelgeving en ingesleten routines. Doortastende opdrachtgevers weten die omstandigheden naar hun hand te zetten. Een belegger bijvoorbeeld kan niet veel risico nemen met het belegde vermogen. Het gaat tenslotte voor een niet onbelangrijk deel om de pensioenvoorziening van de deelnemers. De belegger Bouwinvest ging desondanks een drastische maar consciëntieuze transformatie aan van twee monumentale Citroëngebouwen in Amsterdam-Zuid. Doordat het bedrijf hier op gebiedsniveau actief is en niet alleen op kavelniveau, plukt het zelf de vruchten van het waardevermeerderende effect op de omgeving. Een ander voorbeeld is ProsperVastgoed. Deze ontwikkelaar hield de regie strak in handen bij de herbestemming van een kerk in Borne tot zorgcentrum, onder meer door te werken zonder hoofdaannemer. Daardoor kwamen bijzondere oplossingen in beeld.

Podium

Deelnemers aan de Gouden Piramide vormen de voorhoede van de zo noodzakelijke cultuuromslag. Het is belangrijk om ze een podium te geven. Zij bieden tegenwicht tegen de overheersende angst voor verdere verstening van de stad en nivellering van het landschap. Een angst die is ingegeven door een te achteloze omgang met de leefomgeving in het verleden; een bouwcultuur met kleine b waarbij een boekhoudkundige efficiëntie de boventoon voerde, maar die de toestand van het land meer kwaad dan goed deed. Die angst wordt dagelijks gevoed door nieuwe distributiehallen, zonneakkers en woonwijken waarbij opportunistisch gewin voorop lijkt te staan. Een initiatief als dat van Schoneveld Breeding is tegen die achtergrond opbeurend. De tuinbouw staat niet bekend om haar architectonische of landschappelijke ambitie. Zaadveredelaar Schoneveld begrijpt dat de eigen verduurzamingsagenda om een open houding naar de samenleving vraagt, en dat daar een nieuwe architectonische typologie bijhoort.

Beelden en verhalen

Voor een bouwcultuur die het publieke belang hoog in het vaandel heeft staan, is ook en vooral verbeeldingskracht nodig. Samenwerkingen worden pas succesvol als de partners een gedeeld beeld hebben van het resultaat waar ze naartoe werken. Niemand jaagt andermans dromen na. De Rietveld Academie met het Sandberg Instituut begrijpt dat als geen ander. De kunstacademie mobiliseerde de verbeeldingskracht in eigen gelederen en liet haar nieuwbouw ontwerpen door een team van docenten, studenten en alumni, in wisselende samenstelling.

Een energieprestatienorm laat zich voorschrijven. Een bouwcultuur niet. Die moet kans krijgen om te groeien. Er staan voldoende vaklieden klaar die het anders willen. Opdrachtgevers en ontwerpers. Aannemers en installateurs. Onderzoekers en docenten. Politiek en ambtenarij. Bankiers en beleggers. De hele keten. Zij hebben beelden en verhalen nodig om los te breken van de systemen en structuren waarbinnen zij hun werk moeten doen. Geef ze de ruimte. Tezamen kunnen zij de vrees voor het onbekende omzetten in nieuwsgierigheid naar wat komen gaat.

Deel via social media