Opgeleid als econoom en cultuurwetenschapper aan de Universiteit Maastricht werkt David Hamers sinds 2003 als ruimtelijk onderzoeker bij het Ruimtelijk Planbureau (inmiddels het Planbureau voor de Leefomgeving). In 2011 maakte hij deel uit van de jury van de Gouden Piramide, die voorgezeten werd door Rijkslandschapsadviseur voor het Landschap Yttje Feddes, met Olof Koekebakker als secretaris. De andere juryleden waren Elma van Boxel, Co Verdaas, Noël van Dooren, Anna Vos en Michael van Gessel.
De jury, v.l.n.r. Olof Koekebakker (secretaris), Elma van Boxel, Co Verdaas, Noël van Dooren, Yttje Feddes (voorzitter), David Hamers, Anna Vos en Michael van Gessel
De jury wees Heijmans Vastgoed als winnaar aan met het project Het Funen in Amsterdam (dit jaar was ‘gebiedsontwikkeling’ het thema). De andere genomineerden waren gemeente Rotterdam/deelgemeente Feijenoord/Woonstad Rotterdam/Proper Stok Ontwikkelaars met gebiedsontwikkeling Katendrecht, gemeente Utrecht met Máximapark in Utrecht, Waterschap Regge en Dinkel met Ecozuivering Kristalbad en Woonbron/gemeente Delft met Poptahof. In totaal keek de jury naar 50 inzendingen, met dat jaar onder meer ook Greenpark Aalsmeer, Science Park Amsterdam, Hart van Zuid in Hengelo en herstructurering Zeeheldenbuurt in Tilburg.
Anders kijken
“Als professional zit je vaak heel diep in je eigen werk en dan is het leuk om daaruit te treden en met heel diverse collega’s over een thema te spreken, in dit geval goed opdrachtgeverschap. Omdat iedereen verschillende invalshoeken heeft, leer je ook anders kijken. Dat nam ik zeker mee naar mijn eigen werk. Bij de gesprekken van de jury in de bus merkten we dat het niet alleen gaat om het ruimtelijk ontwerp, maar ook om het gebruik van plekken. Bij deze nominaties waren veel gebieden echter net pas gereedgekomen, of zelfs nog niet helemaal. We zagen al wel de eerste tekenen van gebruik, bijvoorbeeld in het Máximapark in Utrecht Leidsche Rijn. De ontwerpers van West8 hebben daar onder meer het Lint geïntroduceerd, een multifunctioneel hardloopcircuit. Een slimme ingreep, die mensen verleidt om in beweging te komen. Dat gaat verder dan het klassieke “programmeren”, het staat voor “aanleiding geven” – een term die ik bij architect Herman Hertzberger ooit heb opgepikt. Tegenwoordig zou je het “nudgen” noemen: je pleegt een ruimtelijke ingreep die mensen uitnodigt, maar die mensen bepalen uiteindelijk zelf hoe ze daar gebruik van gaan maken. Dat kan zich in de loop van de tijd dus ook doorontwikkelen, het biedt ruimte voor aanpassingen of alternatief gebruik.
Beeld: Wim van Ijzendoorn
Maximapark in Utrecht
Waarden definiëren
Het bracht bij mij de vraag op: eigenlijk zou je na 15 jaar nog eens terug moeten gaan om te kijken hoe deze plekken anno nu functioneren, een soort revisited. Het zou zeker voor ontwerpers maar ook voor opdrachtgevers standaard moeten zijn, dat ze na verloop van tijd terugkeren en de lessen ter harte nemen. En dat ze dus niet ontwikkelen met één eindbeeld en één statisch gebruik voor ogen, maar de mogelijkheid van evolutie inbouwen. Een tweede punt dat ik heb meegenomen uit de jurering is dat de beste projecten aan de voorkant heel helder de waarden hadden gedefinieerd. Die gaan verder dan de belangen die partijen hebben, zoals een sluitende businesscase. Het deed me ook denken aan de slogan die veel gemeenten hanteren voor hun openbare ruimte: schoon, heel en veilig. Op zich en ook samen zijn ze prima, maar deze criteria zijn niet voldoende voor een fijne plek op termijn. Het is het minimale niveau, wat er dan ook uitkomt. Het moet om veel meer dingen gaan: om sfeer, om identiteit, de sociale waarde. Maar ook de ecologie bijvoorbeeld. Wat dat laatste betreft, was de inzending van waterschap Regge en Dinkel wel een bijzondere in ons rijtje met nominaties. Waterberging werd niet als een puur technische machine ingezet, maar heel mooi in het landschap ingepast. Dat is dus iets anders dan een belang, het gaat over de publieke waarde op lange termijn. Hoe kunnen we dergelijke waarden aan de voorkant van planprocessen al meenemen? Dat vergt meer van een opdrachtgever dan een spreadsheet op je beeldscherm zetten en gaan rekenen.
Regge en Dinkel
Verdiepen in de ander
Mijn derde leerpunt heeft betrekking op de communicatie van partijen. Dat nam ik in die tijd, ik was toen lector aan Design Academy Eindhoven, ook mee naar mijn studenten. En dat gaat over de verschillende talen die gesproken worden. Een wateringenieur spreekt een andere taal dan een landschapsontwerper. Mijn studenten waren volop bezig met het ontwerpen van openbare ruimtes en ik heb ze uitgedaagd: ga naar buiten – hoe eng dat ook kan zijn – en verplaats je niet alleen in de betreffende ruimte, maar ook in de ander. Dan komt het begrip ‘vertalen’ om de hoek kijken, ook in relatie tot de waarden die ik eerder noemde. Ben je bereid je in de ander te verdiepen en te ontdekken waar de diepere drijfveren van haar of hem uit bestaan? Je moet willen weten wat de ander beweegt. Zo nee, dan wordt het heel moeilijk. Dan krijg je op zijn best een aantal objecten die individuele belangen behartigen, maar niet een collectieve waarde. In de huidige praktijk is dat weer zeer relevant: het gaat om een veelheid van functies die een plek moeten krijgen, bijvoorbeeld niet alleen om woningbouw. Voor die integrale opgave moet je het gesprek buiten het eigen domein durven aangaan.
Meer dan een forens
En je moet de opgave dus breder durven definiëren. Het gaat niet alleen om nieuwe woningen bouwen, het gaat primair om het wonen – en hoe we dat vormgeven. Er zal zeker bijgebouwd moeten worden, maar kijk ook naar wat er al is en hoe we dat beter kunnen gebruiken. En betrek daar ook nadrukkelijk het werken bij; organiseer dat dichter in buurt, anders wentel je dat hele vraagstuk af op de – toch al overbelaste – infrastructuur. Neem naast banen ook de voorzieningen mee; de mens is immers veel meer dan een forens. En een ander aspect – wat bij onze jurering in 2011 nog niet of nauwelijks aan de orde was – is de energievoorziening en de levering van voldoende drinkwater. Bovendien, 1,65 miljoen woningen erbij – het aantal dat wordt genoemd in de Ontwerp-Nota Ruimte – dat doet ook iets met ons landschap. Beleidsmakers, planners en ontwerpers zullen de verhouding tussen ‘rood’ en ‘groen’ opnieuw moeten doordenken. Die dimensies mis ik in het debat, zeker ook in de afgelopen verkiezingstijd. De opgaves worden zeer eendimensionaal gemaakt en platgeslagen. Als vakmensen moeten wij durven uitzoomen, laten we hier vooral niet kritiekloos in meegaan.
Funen in Amsterdam
Humaniteit
Ten opzichte van 15 jaar geleden zijn er veel nieuwe vraagstukken bijgekomen en daar moeten we met elkaar antwoorden op verzinnen. Op de demografische uitdagingen bijvoorbeeld, zoals het verder toenemen van het aantal kleine huishoudens. Maar ook de instroom van arbeidsmigranten; hoe zij nu moeten wonen, dat is bar en boos. Dat gaat uiteindelijk over humaniteit. Ik vind dat de bouwsector op dat soort vraagstukken vaak heel traag reageert. Ook dit raakt het vraagstuk rond goed opdrachtgeverschap. Er ligt voor alle partijen een taak om dat op te pakken.”
