Twee jaar geleden maakte Guido Wallagh, adviseur voor gebiedsontwikkeling en stedelijke vernieuwing, zich op om in Amsterdam de 50 inzendingen van de Gouden Piramide editie 2024 te gaan beoordelen. De variatie in plannen was groot: van een opgetopt woongebouw in Amstelveen via gebiedsontwikkeling OP ENKA in Ede en het Netherlands American Cemetery Visitors Center in Margraten tot en met het Huus veur Sport & Cultuur in Zuidwolde. Vijf opdrachtgevers met hun projecten dreven boven: Meelhattan BV met De Meelfabriek in Leiden, MWPO en Beauvast met Transformatie Rode Weeshuisstraat in Groningen, BOEi met Zuider Gymnasium in Rotterdam, gemeente Rotterdam met Getijdenpark Eiland van Brienenoord en Nimeto met Nimeto maakt ruimte in Utrecht – de laatste sleepte de rijksprijs in de wacht.
Met Wallagh waren in de jury zes andere leden actief: Nina Aalbers, Berte Daan, Henk Snel, Arno Visser, Pieter van der Wielen en Lonneke Zuijdwijk. Rijksbouwmeester Francesco Veenstra nam de rol van voorzitter op zich, Kees de Graaf was secretaris van de jury.
Spannende jurysamenstelling
‘Wanneer je voor een jury als deze wordt gevraagd, loop je de hele dag te blozen. Ik tenminste wel. Je mag een kleine bijdrage leveren in een rijke traditie van een thema dat actueel blijft. Vervolgens stap je erin en moet er iets in zo’n jury gaan ontstaan. Deze jurysamenstelling vond ik heel spannend, door de grote diversiteit. En het was zeker ook de kracht. Het bezoeken van de locaties, verspreid over twee dagen, mondt uit in een soort doorlopend goed gesprek. Laat onverlet dat ik ook twijfels had. De eerste begon al bij het beoordelen van de inzendingen, met de jury in Amsterdam. Je moet het daarmee doen maar ik vroeg me wel af: is dit nou dé dwarsdoorsnede van Nederland. Zeker niets ten nadele van de genomineerden, maar ik had een beetje het gevoel: is this all there is? Dat zette bij mij wel iets van een rem op het proces. Ik miste bijvoorbeeld een aantal belangrijke projecten op het gebied van het werken. De nieuwe werkomgevingen, ze zijn er wel maar ik zag ze niet terug. Ook de corporatie-inbreng vond ik mager, eerlijk gezegd.
Nimeto met Nimeto maakt ruimte
Opdrachtgeverschap is aan revisie toe
En ten tweede: ik zie Nederland als het gaat om ruimtelijke inrichting en stedelijke vernieuwing volledig vastlopen in een praatcircus. Ik heb het idee dat er nog amper opdrachtgevers zijn die hier bovenuit steken. We praten, we checken, we doen nog maar eens een onderzoek, we kijken naar de ander omdat het niet lukt: het is bijna een wonder dat er nog een steen op elkaar komt in dit land.
We blijven maar gaan voor een 10 of zelfs een 11 en daardoor stapelen we alleen maar ambities, ideeën en voorstellen verder op elkaar. Daarnaast heb ik het gevoel dat het vertrouwen binnen overheden, maar zeker ook tussen overheden en andere partijen, echt van mensen afhankelijk is – en dat is heel kwetsbaar. Met andere woorden: het opdrachtgeverschap is echt aan een revisie toe. De rijksprijs is daar bij uitstek het vehikel voor, maar terugkijkend vraag ik me af ook wij voldoende onder de motorkap hebben gekeken bij de genomineerden? In het verlengde daarvan: zitten er niet te veel ontwerpers in de jury en te weinig opdrachtgevers? Dus dat als observaties achteraf.
Wederzijdsheid
Kijkend naar mijn eigen praktijk in 2025, dan constateer ik dat we onze sterke traditie van publiek-private samenwerking en opdrachtgeverschap uit de jaren negentig van de vorige eeuw voor een belangrijk deel verloren zijn. Ten tijde van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening was er veel meer sprake van wederzijdsheid. De overheid gaf richting, maar ook ruimte aan corporaties, ontwikkelaars en anderen om initiatieven op te pakken. Andersom articuleerden corporaties en marktpartijen duidelijk wat zij van de overheid nodig hadden.
Momenteel lijken partijen eerder met zichzelf dan met elkaar bezig te zijn. Hierdoor spreken partijen aan de voorkant van gebiedsontwikkelingen onvoldoende uit wat zijzelf inbrengen en van anderen verwachten. Risicomanagement verdringt op deze manier het organiseren van samenwerking en opdrachtgeverschap. In die zin is de Gouden Piramide, de tweejaarlijkse rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap, actueler en urgenter dan ooit.
Kracht van buurten
Binnen gebiedsontwikkeling zie ik een herwaardering voor de buurt. De plek waar het dagelijkse leven zich voltrekt, waar de spontane ontmoeting op de galerij of op straat bijdraagt aan het gevoel om erbij te horen, waar gewoond en gewerkt wordt en waar voorzieningen voor sport en onderwijs dichtbij zijn. Dit vraagt om een hechte samenwerking tussen partijen uit vrijwel alle denkbare domeinen: ruimtelijk, sociaal, economisch, cultureel, veiligheid. Hoe deze partijen het opdrachtgeverschap vormgeven en onderhouden, bepaalt – samen met de bewoners en ondernemers – de vitaliteit van zo’n buurt.
Ik zie positieve voorbeelden. Zoals in Haarlem waar de gemeente, drie woningcorporaties en drie marktpartijen onder de noemer ‘Samen Anders’ hebben bloot gelegd waar het in de samenwerking schort en wat dit van iedere partij vraagt. Met als uitkomst onder meer een periodiek overleg op directieniveau, waar niet alleen de voortgang van specifieke projecten terugkomt, maar ook besproken wordt hoe partijen omgaan met nieuwe inzichten en veranderende omstandigheden.
Of in de Röellbuurten in Amsterdam Nieuw-West waar de gemeente en de drie corporaties zichzelf in de spiegel hebben aangekeken en onderkenden dat er na jarenlange participatie, er in de buurten maar weinig verbeterd was. Op basis van de participatie en tal van onderzoeken, hebben de partijen een visie op de buurten geformuleerd, afspraken gemaakt om tot uitvoering te komen en doorbraken geforceerd op dossiers waarover zo langzamerhand wel alles al wel gezegd was. Wie nu door de Van Deysselbuurt loopt, ziet het resultaat. En dat is pas het begin. En ook in de twee andere buurten zijn inmiddels onomkeerbare besluiten genomen, opnieuw in samenspraak met bewoners en ondernemers. Maar nu wel met het perspectief dat op woorden ook daden volgen. En weet je wat nu zo goed is? Terwijl de vier partijen in de Röellbuurten de samenwerking en het opdrachtgeverschap herijkt hebben en inmiddels volop in de uitvoering van de eerste projecten zitten, verkennen zij of er nog iets extra’s nodig is in de buurten of voor bewoners. Zij hanteren hiervoor het concept ‘vitale buurten’; opgesteld in de geest van Jane Jacobs en verrijkt met actuele sociaalwetenschappelijke inzichten. Bijzonder aan deze verkenning is de ambitie om niet alleen huidige, maar ook toekomstige bewoners te betrekken.
Nimeto met Nimeto maakt ruimte
Cultuur van opdrachtgeven
Helaas kunnen de goede voorbeelden niet verbloemen dat op veel plekken in het land de samenwerking tussen partijen stroef verloopt, het opdrachtgeverschap hapert of zelfs niet van de grond komt. Het lijkt alsof we het verleerd zijn. En als dat zo is, doet dat een appèl op het weer aanleren van een cultuur van opdrachtgeven. Een tweejaarlijkse prijs met een winnaar, overige genomineerden, bijzondere inzendingen en essays biedt hiervoor een belangrijk fundament. Maar is dit voldoende? Is het niet onze plicht als professional om na te denken over hoe we met elkaar en op meer structurele manier weer een cultuur van het opdrachtgeven laten opbloeien? De vraag stellen, is hem beantwoorden. Ik denk en doe graag mee.’
