In 2006 was het thema van de Gouden Piramide ‘architectuur’. De jury bestond naast Paul Depla uit Vincent van Rossem, Karin Laglas, Liesbeth van der Pol, Don Murphy en Astrid Sanson. Rijksbouwmeester Mels Crouwel was voorzitter, Ton Idsinga secretaris. Winnaar van de prijs: Edwin Oostmeijer Projectontwikkeling met Het Bolwerk in Utrecht. De genomineerden: Stichting STC-Group met Scheepvaart en Transport College in Rotterdam, Gemeente Utrecht/Projectbureau Leidsche Rijn met geluidwerende voorzieningen langs de A2, Gemeente Amsterdam met Muziekgebouw aan het IJ/BIMhuis en Oogziekenhuis Rotterdam met het Oogziekenhuis.

De jury, v.l.n.r. Vincent van Rossem, Paul Depla, Karin Laglas, Mels Crouwel (voorzitter), Ton Idsinga (secretaris), Liesbeth van der Pol, Don Murphy en Astrid Sanson

Plekken waar je normaal gesproken niet komt

“Het leuke van meedoen in een jury als deze is dat je in gebouwen of op plekken komt waar je normaal gesproken alleen maar langs rijdt. Het gebouw The Wall langs de A2 was daar natuurlijk het meest sprekende voorbeeld van – wanneer kom je daar nou binnen? – maar dat gold ook voor het Scheepvaart en Transport College in Rotterdam en het Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam. Met oud en nieuw moet ik ook altijd aan het Oogziekenhuis in Rotterdam denken, dat een nominatie binnensleepte. En daarbij hoor je dan het verhaal van de opdrachtgever. Bij de school in Rotterdam ging het heel sterk om het inhoudelijke concept waarbij opleidingen voor mensen van jong toy oud allemaal in dat ene gebouw konden plaatsvinden, in allerlei gradaties. Er vond een soort verticale integratie plaats (voor levenslang leren, red.), terwijl de ROC’s in die tijd juist op een horizontale integratie inzetten. Daarmee ging het erom hoe een gebouw kan bijdragen aan de inhoudelijke missie van een organisatie.

Genomineerde: Gemeente Utrecht/Projectbureau Leidsche Rijn met geluidwerende voorzieningen langs de A2

Verhalen achter project

Doordat je als jurylid de verhalen achter de projecten leert kennen, kun je ze ook op een andere manier waarderen. Bij het gebouw The Wall in Utrecht was het bijvoorbeeld zo dat deze het door de geluidswering mogelijk maakte om erachter een gebiedsontwikkeling met wonen te realiseren. Het was de eerste keer – althans in mijn beeld – dat zo’n geluidswal niet alleen functioneel maar ook programmatisch en architectonisch vorm werd gegeven. Later heb je dat bijvoorbeeld ook wel gezien met woningen die zelfs in de muur zijn gebouw, zoals bij de A58 bij Tilburg. Het grappige van ons jurybezoek aan The Wall was wel dat sommige juryleden ook erg geïnteresseerd waren in de auto’s die er te koop stonden.

Winnaar: Edwin Oostmeijer Projectontwikkeling met Het Bolwerk in Utrecht

Het hoeft niet altijd groot

Bij de winnaar, het woningbouwproject Bolwerk van Edwin Oostmeijer in Utrecht, was de achterliggende boodschap ook: het hoeft niet altijd groot. En daarmee is de prijs zeker niet alleen voorbehouden aan grote institutionele partijen; dat statement wilden we als jury wel maken. Ik vond het heel interessant om de andere perspectieven te horen op hetgeen er werd gepresenteerd. Ik keek bijvoorbeeld als wethouder ruimtelijke ordening vooral naar de betekenis van een project voor de ontwikkeling van een gebied, van de stad als geheel. Je zit er niet primair voor de architectuur. Mijn les daarbij was altijd het Haagse stadhuis en de rol van wethouder Adri Duivesteijn daarbij. Hij vond dat het nieuwe gemeentehuis noch op het veen, noch op het zand gebouwd zou moeten worden – maar precies op de overgang. Zodat het kon verbinden. Dan kan het ook veel doen voor de dynamiek in de stad. Ik zei ook tegen Adri: dat is de kern van je wethouderschap, ruimte maken. Maar wat hij vervolgens deed – in de jury deelnemen en daarin meestemmen over de keuze van de architect – dat moet je niet zeker doen. Als bestuurder moet je ambitieus zijn in je doelstellingen maar bescheiden in je oplossingen.

Wethouder, blijf bij je leest

Dat laatste heb ik in de jaren erna bijvoorbeeld sterk gevoeld bij de discussie over de nieuwe stadsbrug. Thom de Graaf zei bijvoorbeeld: het is onze brug, dan moeten wij toch ook de architect kiezen? Nee zei ik, wij moeten bepalen aan welke eisen de brug moet voldoen. We kregen een college van Rijksadviseur Jan Brouwer die ons leerde om te kijken naar de vijf ingediende ontwerpen; hoe sloten deze aan bij datgene dat we zelf vooraf hadden vastgelegd? Jan gaf toen al aan dat het winnende ontwerp veel mogelijkheden zou gaan bieden voor het stedelijk leven ónder de brug en dat is ook echt uitgekomen. Dat is mijn boodschap: niemand heeft Paul Depla gekozen vanwege zijn architectonische inzichten maar er is wel een project gerealiseerd dat de stad verkeerskundig en maatschappelijk vooruit brengt. Destijds was ik ook wethouder Sport in Nijmegen; daar gold hetzelfde. Ik weet het nodige van voetbal maar niemand vroeg me om de opstelling voor NEC. En terecht! Bij architectuur wilde echter iedereen altijd van me weten wat ík ervan vond. Laat dat aan de mensen over die daarvoor zijn. En laat je vooral goed adviseren.

Kijkend naar de grote opgaven waar de gemeenten de komende tijd voor staan, is de kunst om niet te veel vast te houden aan wat we kennen maar met elkaar echt na te denken over de stad van 20, 25 jaar verder in de tijd. Wat heeft de stad van de toekomst nodig en hoe organiseren we daarvoor het opdrachtgeverschap? De lange lijnen dus. Het tweede dat we in de gaten moeten houden, is dat de ruimtelijke opgaves te vaak gekoppeld zijn aan de woningbouwplannen. Daar zitten de impulsen van het Rijk ook vooral op. Maar een gebied en een stad zijn meer dan alleen woningen. Het gaat om stedelijkheid en hoe mensen daar samenleven. Hoe zorgen we ervoor dat in Den Haag ook de bestuurders aan tafel komen die zorgen voor sport, cultuur en economie? In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt een eerste poging gedaan, maar echte keuzes worden nog niet gemaakt.”