Rudy Stroink, opgeleid in Delft als architect en later oprichter/eigenaar van ontwikkelaar TCN, maakte in 2013 deel uit van de jury. Deze werd voorgezeten door Rijksbouwmeester Frits van Dongen, met Olof Koekebakker als secretaris. De andere juryleden waren Nausicaa Marbe, Carolien Ligtenberg, Sylvia Karres, Tracy Metz, Ad van der Aa en Andy Dritty.
In 2013 beoordeelde de jury 54 projecten, binnen het thema ‘gebiedsontwikkeling’. Winnaar van de prijs werd woningcorporatie Volkshuisvesting Arnhem, met het project Modekwartier/100%ModeXL in Arnhem. De andere genomineerden waren gemeente Culemborg met de Nieuwe Hollandse Waterlinie, gemeente Zaanstad met het Programma Inverdan in Zaandam en bureau ZUS in samenwerking met de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam met het project Test Site Rotterdam.
Zoveel als er verandert, zoveel blijft er hetzelfde
“Ik ben niet meer werkzaam als ontwikkelaar maar met mijn eigen bedrijf help ik wel grotere bedrijven; met name bij hun projecten rondom de bedrijfsorganisatie. Daarbij komt het vak van gebiedsontwikkeling overigens wel weer om de hoek kijken, zo adviseer ik Entweder uit Almelo dat met durfkapitaal complete werkomgevingen realiseert. Dan kom je toch wel weer met onze wereld in aanraking en kan ik constateren: zoveel als er ook verandert, zoveel blijft er ook hetzelfde. Uiteraard is er het verschijnsel dat mensen tegen me zeggen: die verhalen van jou, die kennen we nu wel. Maar er zijn ook genoeg onderwerpen waarbij ik ze kan helpen met mijn ervaring. En in het harnas sterven is uiteindelijk toch ook mooier dan achter de geraniums wegkwijnen, toch?
2013 was op zich een moeilijke tijd, volop crisis. Maar het was een heel gezellig schoolreisje met de Gouden Piramide, weet ik nog wel. Veel gelachen in de bus en een buitengewoon dynamisch gezelschap. Veel tegenstellingen en veel verschillende opvattingen over architectuur en opdrachtgeverschap. Wat ik daarbij aanreikte? Wel, mijn hele leven staat in het teken dat ontwikkelaar, zeker in Nederland, een essentieel en mooi beroep is. We zitten echter net onder de tweedehands autoverkoper wat reputatie betreft. En dat merk je aanvankelijk ook in zo’n gezelschap, dat ze toch met wat vreemde ogen naar je zitten te kijken. Als dan blijkt dat je zelf ook architectuur hebt gestudeerd en vervolgens de meningen deelt, dan blijk je ineens veel dichter bij elkaar te staan. Voor mij was dat de belangrijkste ervaring en ik denk dat dat wederzijds was in de jury. Zo’n schoolreisje bindt wel.
Woningcorporatie winnaar
Uiteindelijk hebben we met de jury voor Modekwartier Arnhem gekozen en ik denk dat ik daar wel een belangrijke rol in heb gespeeld. Omdat ik juist het aanpakken van ingewikkelde dingen heel interessant vind. Met steden die langzamerhand van kleur verschieten en qua functies veranderen. Hoe kun je daar een slimme strategie op ontwikkelen? Dat ging daar de goede kant op. Het thema is onverkort actueel: een van de kenmerkende verschijnselen van deze tijd is dat de wereld steeds monofunctioneler wordt. Kantoren worden steeds kleiner, het aantal winkels in de stad loopt terug en dat geldt ook voor de publieke voorzieningen. De stad is tegenwoordig voor 80 tot 90 procent wonen, dat was minder. Het wordt monofunctioneler en daardoor niet per se beter. Terwijl de kracht van de stad juist in het multifunctionele zit.
Breng ambachtelijke functies terug in de stad
Daar zit voor mij wel de grote opgave, hoe je daar de interactie tussen de verschillende functies tot stand kunt brengen. Daarbij gaat het ook sterk om de politieke overtuiging van wat er in een stad moet gebeuren. Ik spreek dan wel met wethouders maar zij lijken het probleem nog niet echt te onderkennen en als ze dat wel doen met de handen in het haar zitten en zich afvragen wat zij eraan kunnen doen. Terwijl er echt wel mogelijkheden bestaan, via beleid, via projecten. Ik houd een vurig pleidooi om de meer bedrijfsmatige en ambachtelijke functies terug in de stad te krijgen. De overheid kan daar de randvoorwaarden voor stellen maar het zijn de ontwikkelaars die – met de poten in de maatschappij – daar de impuls aan moeten geven. En moeten aangeven: hier moeten we naar toe.
Belang van elkaars taal spreken
Ook de andere projecten in 2013 waren interessant. In Zaandam heeft Sjoerd Soeters het Inverdan-gebied stedenbouwkundig vormgegeven en mij spreekt dat wel aan; hij wordt in Nederland nog weleens verguisd omdat hij van die gekke dingen doet, maar ik heb daar wel respect voor. Ik heb als opdrachtgever met hem een project in Rotterdam gedaan en dat was zwaar knokken – maar wel goed. Wat ik in de jury nog maar weer eens gemerkt heb, is dat je aan mensen die uit andere disciplines komen vaak moet uitleggen wat voor jou als ontwikkelaar juist heel vanzelfsprekend is. Ik worstel al langer met de haat-liefde verhouding die ik met architecten heb. Omdat ik er zelf ook een ben, daar zit die spanning: als je veel op elkaar lijkt, heb je ook sneller ruzie. Ik heb het meegemaakt dat wanneer ik nog maar één zin uitsprak, die gelijk met enorm veel kritiek werd ontvangen. Zo van: hoe kom je daar nu bij? Daar heb ik het belang begrepen van elkaars taal leren spreken en elkaar goed uitleggen wat precies je intenties zijn. Niet met grote sprongen voorwaarts maar met kleine stapjes tegelijk. Zittend in de jurybus gingen er soms ook discussies helemaal over mijn hoofd heen en dan merkte ik opnieuw bij mezelf: voor mij als opdrachtgever moeten architectuur en stedenbouw echt wel wortels in de maatschappij hebben, anders gaat het teveel zweven. Art for art is niet mijn ding.
Kijkend nu naar de discussie in de vakwereld over PPS en nieuw vertrouwen, dan constateer ik dat de verschillen wel groter zijn geworden. Toen ik begon kwam ik aan de overheidskant nog wel maatjes tegen met wie we minstens een of twee Maagdenhuizen hadden bezet. Met elkaar waren we eensgezind van mening dat de wereld moest veranderen en welke idealen daaraan ten grondslag zouden moeten liggen. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn we langzamerhand toch meer in een meer gestructureerde wereld terechtgekomen, met heel veel codes. Die codes goed begrijpen, dat is toch wel een stuk ingewikkelder dan 20, 30 jaar geleden. Laatst had ik weer zo’n gesprek bij een gemeente – ik zal geen namen noemen – en het hoogtepunt is dan toch altijd de uitspraak van: ja maar meneer Stroink, we moeten het wel heel zorgvuldig doen. Dan beginnen de nekharen bij mij alweer overeind te staan. Uiteraard is zorgvuldigheid belangrijk, maar het moet ook visie en durf hebben, het moet ook gaan over hoe we de wereld kunnen verbeteren. Maar dan is binnen de lijntjes tekenen en je aan de regels houden blijkbaar belangrijker dan het resultaat. En daardoor gaat het allemaal erg traag.
Bij de inhoud van het vak zie ik eenzelfde beeld. Het zal wellicht aan mijn leeftijd liggen, maar eind jaren tachtig ging het echt nog over thema’s die ertoe doen. Terug naar de stad, de herontdekking van het stedelijk leven. Ik merk het in deze tijd, laatst nog in aanloop naar de verkiezingen: waar gaat het nou echt over? Het gaat alleen maar om wat ons onderscheidt in het verschil met de ander. Niet in wat ons samen bindt of wat we samen kunnen opbouwen.”
Voordracht Gouden Piramide 2026
De voordracht van Rudy Stroink voor de Gouden Piramide 2026: “Woongebouw SAWA in Rotterdam, juist vanwege het uitstekende opdrachtgeverschap (van ERA Contour en NICE Developers, red.).”
