Opgeleid als bestuurskundige en gepromoveerd als politicoloog opereert Stefan Kuks op het snijvlak van theorie en praktijk. In 2020 was hij lid van de jury van de Gouden Piramide, met Rijksbouwmeester Floris Alkemade als voorzitter en Peter Paul Witsen als jurysecretaris. De andere leden: Bart de Zwart, Loes Driessen, Sofie van den Enk, Wim Hazeu, Wouter Vanstiphout en Tom Frantzen.

De jury, v.l.n.r. Floris Alkemade (voorzitter), Bart de Zwart, Loes Driessen, Sofie van den Enk, Peter Paul Witsen (secretaris), Wim Hazeu, Wouter Vanstiphout, Tom Frantzen en Stefan Kuks

De thematiek voor de inzenders was vrij en dat resulteerde in 48 opdrachtgevers die hun projecten aanmeldden. De variëteit was groot: een tiny house in Almere, Hotel Jakarta op het Java-eiland in Amsterdam, MWPO met een getransformeerd kantoor in Den Bosch, de LocHal in en van de gemeente Tilburg en Leidsche Rijn Centrum van ASR Vastgoed. Projectbureau Ooijen-Wanssum won met de gelijknamige gebiedsontwikkeling, gevolgd door de nominaties Vereniging van Eigenaren Schoonschip in Amsterdam, Zeestad CV/BV met het Stadshart Den Helder, Heijmans Vastgoed met Fenix in Rotterdam en Stichting De Getijden met het gelijknamige project in Nijmegen.

Gepassioneerd pleidooi

‘Met ons waterschap hebben we zelf een historie met de Gouden Piramide. In 2007 won de gemeente Enschede met de herbouw van Roombeek, na de vuurwerkramp. Wij waren daar als ‘onderaannemer’ bij betrokken, met het herstel van de beek in het stedelijk gebied. Zelf dienden we toen ook als opdrachtgever een ‘eigen’ project in, te weten De Doorbraak. Daarmee sleepten we een nominatie in de wacht. Vijf jaar later lukte dat opnieuw, met Kristalbad – een gebied van 40 ha dat in de Twentse stedenband bestemd is voor waterberging. Elke keer dacht ik: heel mooi, maar we gaan nooit winnen omdat er geen duidelijke ‘rood’-component in de projecten zat. Met die verwachting nam ik ook zitting in de jury, waarvan de beraadslagingen in corona-tijd werden gevoerd. Een van de genomineerden was Ooijen-Wanssum, ik weet dat ik daar een gepassioneerd pleidooi voor heb gehouden. Maar met datzelfde gevoel: deze opdrachtgever zal vermoedelijk niet winnen, omdat er geen gebouwd programma in zit. Maar toen we het project aan het einde van de tweede dag hadden gezien, was voor ons helder dat we hier een overduidelijke winnaar te pakken hadden. Zonder daarbij de andere nominaties – zoals de indrukwekkende transformatie van Katendrecht in Rotterdam – tekort te doen. Sowieso waren er dat jaar interessante opdrachtgevers bij. Het collectief particulier opdrachtgeverschap van Schoonschip was eveneens bijzonder en dat gold zeker ook voor de aanpak van de binnenstad in Den Helder. Met de jury hebben we ook gezocht naar opdrachtgevers die naar ons idee bezig waren de grote maatschappelijke opgaven. Het wonen voor de middengroepen in de stad bijvoorbeeld, maar ook het meergeneratiewonen dat centraal stond bij het project De Getijden in Nijmegen.

De Doorbraak

Niet laten verleiden door wat je ziet

Mijn ervaringen in de jury? Daarin zitten mensen vanuit de kant van de architectuur en de bouwwereld, die elkaar snel begrijpen en mijn wereld niet uitgebreid kennen. Maar vervolgens blijkt – en dat vond ik mooi om te zien – dat je als jury elkaar vindt op het gesprek over hoe het proces is verlopen. Hoe zijn de kaders meegegeven, hoe is er gezocht naar goede uitvoerders en hoe zijn die te werk gegaan? Heeft de opdrachtgever er echt iets van willen maken – dat gesprek is universeel, over de disciplines heen. Ook al gaat het dan over heel uiteenlopende materie, dat je daarover toch met elkaar in vergelijkbare termen over spreken. Heel boeiend, ook om andere mensen te leren kennen en naar hun argumenten te luisteren. Met daarbij de uitdaging om je niet te laten verleiden door wat je ziet. Die neiging is er uiteraard wel maar gelukkig is er dan een Rijksbouwmeester bij die erop wijst om door het plaatje heen te kijken.

Ontwerpers meer betrekken

De deelname in de jury heeft me ook geholpen om mijn eigen vak en de eigen rol als opdrachtgever tegen het licht te houden. Als waterschap ontwikkelen we ons daarin ook door. Ik weet nog dat ik een flink aantal jaren geleden (in 2005) landschapsarchitect Jandirk Hoekstra van bureau H+N+S heb uitgenodigd om met ons te reflecteren op een serie van waterbergingsprojecten die we hadden ontwikkeld. Dat was geweldig leerzaam. Hij leerde mij en ons naar de omgeving kijken en naar de geschiedenis ervan. Ook zette hij ons ertoe aan om ontwerpers meer bij onze projecten te betrekken. Je moet begrijpen dat ons opdrachtgeverschap bij het waterschap altijd vanuit de inhoudelijke opgave begint, onze kerntaken van veiligheid en voldoende schoon water. Onze projectleiders gaan aan de slag om het allemaal functioneel passend te maken en daar kwam in het verleden niet altijd een ruimtelijk ontwerper van buiten aan te pas. Tegenwoordig gebeurt dat steeds vaker en daarvan wordt steeds beter de toegevoegde waarde gezien. Het komt ook voor, omdat ons waterschap veel in stedelijke omgevingen werkt, dat we te maken hebben met stedenbouwkundigen vanuit de gemeente. Mijn ervaring is dat er bij sterke stedenbouwkundige afdelingen uiteindelijk betere projecten worden ontwikkeld. Iedereen brengt dan namelijk wensen en ambities in en dan moet dat bij elkaar komen. Dat mag best schuren.

Ooijen Wanssum

Bodem en water sturend

De neiging is er soms om projecten smal te definiëren, terwijl bij een bredere benadering de kansen toenemen om opgaven te verbinden – waarmee ook de ontwerpuitdagingen toenemen. Ook wordt de geschiedenis vaak als vertrekpunt genomen; historisch kaartmateriaal geeft bij beekherstel en het zoeken naar ruimte voor extra waterberging goed inzicht waar natuurlijke laagtes liggen en waar meanders uit het verleden verdwenen zijn. Tegelijk moeten we beseffen dat dat ook maar een momentopname was, het landschap ontwikkelt zich voortdurend door. Naar mijn idee moet je dan ook niet bang zijn om daar moderne elementen aan toe te voegen. Bij de Overijsselse Vecht is dat bijvoorbeeld goed gebeurd, waar een Werkboek Ruimtelijke Kwaliteit voor het Vechtdal is opgesteld. Dat hebben we bij Ruimte voor de Rivier ook geleerd, hoe je ruimtelijke kwaliteit vanaf het begin kunt borgen.

Kijkend naar de toekomst hebben we enerzijds de overtuiging dat water en bodem sturend moeten zijn. Anderzijds bestaat er bij waterschappen nog een zekere schroom: gaan we er werkelijk over? Hebben we ook een beslissende positie in de ruimtelijke inrichting? De reactie is er dan soms toch een van: we gooien de handen in de lucht. Maar ook al gaan we er dan wellicht formeel niet over, we vinden er wel degelijk iets van. Met het loslaten schieten we ons in de eigen voet, want we kennen genoeg voorbeelden van woongebieden waar de wateropgave onvoldoende ruimte heeft gekregen. Dan komen de knelpunten als een boomerang terug en zijn waterbeheerders genoodzaakt allerlei extra kosten te maken. Terwijl het ook anders kan. Wij hebben bijvoorbeeld bij het woongebied Bornsche Maten in het Twentse Borne vanaf het begin meegedacht, waardoor de wijk is voorbereid op wateroverlast. De kosten daarvan zijn verdisconteerd in de gebiedsontwikkeling zelf. Dat maakt nog eens duidelijk hoe belangrijk het is dat verschillende disciplines leren samenwerken en elkaars taal gaan spreken. En dat we met elkaar kennis ontwikkelen en verder brengen.

Roombeek

Klimaat van Lyon

Wij kunnen daar zelf als waterschap ook aan bijdragen, zie bijvoorbeeld het project “Stad en Water - Twente 2075” dat we hebben geëntameerd. Inzet was het maken van een visie op de stedelijke regio van Almelo, Hengelo en Enschede. Een ontwerpend onderzoek, uitgevoerd door Atelier Overijssel, bureau Wing, stedenbouwkundig bureau Must, bureau voor stedenbouw en landschapsarchitectuur De Urbanisten, dat uitging van het idee dat het klimaat uit het zuiden elk jaar 20 km naar het noorden opschuift. In 2075 hebben we dan hier het klimaat van Lyon. Hoe gaan we daarmee om? Daar zijn drie scenario’s voor ontwikkeld, waarop de gemeenten nu voortbouwen. Zo komen we met elkaar een stap verder in het klimaatbestendig inrichten van ons land.’