Landschapsarchitect Sylvia Karres is medeoprichter van bureau Karres en Brands en is sinds medio 2021 zelfstandig adviseur stedenbouw en landschap. Zij maakte in 2013 deel uit van de jury. Deze werd voorgezeten door Rijksbouwmeester Frits van Dongen, met Olof Koekebakker als secretaris. De andere juryleden waren Nausicaa Marbe, Carolien Ligtenberg, Rudy Stroink, Tracy Metz, Ad van der Aa en Andy Dritty.

De jury, v.l.n.r. Nausicaa Marbe, Olof Koekebakker (secretaris), Carolien Ligtenberg, Rudy Stroink, Tracy Metz, Frits van Dongen (voorzitter), Sylvia Karres, Ad van der Aa, Andy Dritty

In 2013 beoordeelde de jury 54 projecten, binnen het thema ‘gebiedsontwikkeling’. Winnaar van de prijs werd woningcorporatie Volkshuisvesting Arnhem, met het project Modekwartier/100%ModeXL in Arnhem. De andere genomineerden waren gemeente Culemborg met de Nieuwe Hollandse Waterlinie, gemeente Zaanstad met het Programma Inverdan in Zaandam en bureau ZUS in samenwerking met de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam met het project Test Site Rotterdam.

Beste prijs die er bestaat

‘Ik vond het erg leuk om mee te doen in de jury. We hebben met het bureau ook een aantal keren meegedaan, zijn genomineerd en hebben de prijs ook gewonnen (met de meerjarige restauratie park en gebouwen van begraafplaats/crematorium De Nieuwe Ooster in Amsterdam in 2014, red.). Dus ik ken de thematiek van het opdrachtgeverschap van twee kanten. Naar mijn idee is de Gouden Piramide de beste prijs die er bestaat. Voor het maken van goede projecten – van klein tot groot – is de opdrachtgever essentieel. Ik zeg altijd: 50 project opdrachtgever, 50 procent opdrachtnemer. Als ik terugkijk op mijn eigen projecten, kan ik zeggen dat de beste zijn ontstaan op de plekken waar een goede opdrachtgever aanwezig was. In de jury hebben we hier ook volop over gediscussieerd: wat is dan goed opdrachtgeverschap? Wat is kwaliteit? En hoe waardeer je het een ten opzichte van het ander? En wat waardeer je dan het meest in een project?

Vertrouwen

Een goede opdrachtgever weet zelf wat hij wil, is in staat daar een goed team voor te bouwen, stelt de goede uitvraag en durft zelfs op zaken terug te komen als dat moet. Bij De Nieuwe Ooster hebben we het meegemaakt dat onze opdrachtgever een recent gerealiseerd gebouw toch heeft laten afbreken, omdat het een betere ontwikkeling in de weg stond. Dat zijn geen eenvoudige beslissingen. Niet in de laatste plaats geeft een goede opdrachtgever het vertrouwen aan zijn adviseurs. Dat laatste lijkt een open deur, maar ik heb ook opdrachtgevers meegemaakt die achterdochtig zijn en zelf denken dat ze het beter weten. En dan denk ik: het is ontzettend belangrijk dat je als opdrachtgever kritisch blijft in een proces, dat je kritische vragen stelt, goede discussies voert met je opdrachtnemers, maar dat je ze ook vertrouwen geeft en hen faciliteert om hun werk goed te doen. Hoe vaak gebeurt het niet dat ontwerpbureaus alleen om een schets of een voorlopig ontwerp wordt gevraagd en dat ze daarna bedankt worden, onder het mom van “we kunnen het verder zelf wel”. Dan zie je later toch veel erosie op die plannen ontstaan.

Bij de winnaar van 2013 was het interessant dat het vooral om het proces ging. Hoe heeft het initiatief een meerwaarde gekregen voor de omgeving? Dus niet alleen maar goede gebouwen maken maar de hele wijk daarin meenemen. De krachten van de stad benutten: bewoners, ondernemers maar ook bijvoorbeeld onderwijsinstelling Artèz en een hotel dat een plek kreeg in de gebiedsaanpak. Het is zoeken naar de energie die in de stad zit en hoe je daaraan vorm kunt geven. Dat vraagt van een opdrachtgever zelf nadrukkelijk een actieve rol om daar achter te komen. Zij of hij moet actief deel nemen in het planproces – ook dat is niet vanzelfsprekend. Je ziet toch vaak dat opdrachtgevers achterover gaan leunen, zo van: we hebben het uitbesteed en wachten op wat de ontwerper bedacht heeft. Maar zo werkt het gewoon niet. De opdrachtgever moet ook een actieve rol vervullen en moet datgene organiseren wat nodig is. Of dat nou geld is of een proces of de goede voorwaarden voor participatie en communicatie.

Meer dan esthetiek en vormgeving

Het lastige bij een prijs als deze is wel: wat waardeer je nu het meest, het project of de opdrachtgever? In deze editie van de prijs zaten er heel interessante projecten bij, zoals de doorgezaagde bunker van de Hollandse Waterlinie van RAAAF – je moet wel veel lef hebben om dat te durven. Hetzelfde gold voor de luchtbrug in Rotterdam, die heel erg bottom-up was ontstaan en veel energie en dynamiek losmaakte in het gebied en in de stad. Wat ik er zelf van geleerd heb, is hoe breed het vakgebied is en dat het dus om veel meer gaat dan esthetiek en vormgeving. Ik wist dat wel maar door de gesprekken met de opdrachtgevers zag ik dat er echt opdrachtgevers zijn die boven het maaiveld durven uitsteken. Ik herinner me dat we ook een aanbeveling in dit verband in het juryrapport hebben gedaan, met name gericht op de rol van de woningcorporaties. Het was de tijd waarin het Vestia-schandaal aan het licht was gekomen en VROM-minister Stef Blok bezig was de corporaties terug te brengen naar hun kerntaak, in casu sociale woningbouw. Terwijl de woningcorporatie in Arnhem juist had laten zien dat het om veel meer gaat. Het gaat ook over het ontwikkelen van gemeenschappen. En dat is niet alleen het bouwen van woningen en stapelen van stenen.