In samenwerkin g met Gebiedsontwikkeling.nu publiceren wij een serie van vier artikelen over het opdrachtgeverschap in Nederland, hoe oud-juryleden daar tegenaan kijken en hoe zij zelf invulling geven aan hun vak bij de opgaven waar Nederland voor staat. 

De eerste twee delen staan inmiddels online en de individuele gesprekken zijn op onze website te lezen. 

De lessen van de Gouden Piramide (deel 1): werken aan bestendige buurten, dorpen en wijken

In de eerste van vier artikelen geven Bianca Seekles, Peter van der Gugten en Peter Kuenzli hun visie op het werken aan toekomstbestendige buurten, dorpen en wijken.

Woongebouwen en woongebieden – zowel nieuw gebouwd als geherstructureerd – komen veel terug in de ruim 20-jarige geschiedenis van de Gouden Piramide. Dat was zeker het geval in de periode 2006-2016, toen de prijs afwisselend jaarlijks werd uitgereikt voor architectuur en gebiedsontwikkeling. Met het tweejaarlijks worden van de prijs in 2018 is dat onderscheid losgelaten, zoals voormalig jurysecretaris Peter Paul Witsen reconstrueert in zijn essay ‘Goudgerand. De oogst van twintig jaar Gouden Piramide’.

De afgelopen twintig jaar waren er de nodige winnaars uit de hoek van het wonen: Blauwestad (Winschoten, 2005), Het Bolwerk (Utrecht, 2006), Roombeek (Enschede, 2007), De Dobbelman (Nijmegen, 2009), Het Funen (Amsterdam, 2011) en Patch 22 (Amsterdam, 2018). In de meest recente editie kwam de transformatie van de Meelfabriek in Leiden het dichtst bij het winnen van de prijs (om het in de ultieme stemronde af te leggen tegen schoolgebouw Nimeto in Utrecht). Andere genomineerden in de afgelopen jaren waren onder meer Katendrecht in Rotterdam, Poptahof in Delft, Ithaka in Almere en de DeFlat Kleiburg in Amsterdam Zuidoost. Bij deze projecten waren zowel professionele als incidentele opdrachtgevers bij betrokken.

Hoe moeten we deze oogst waarderen? En hoe belangrijk is goed opdrachtgeverschap bij een gebiedsontwikkeling waarin het wonen een belangrijke rol speelt? We vroegen Bianca Seekles (TBI, eerder ERA Contour), Peter van der Gugten (Heijmans) en Peter Kuenzli (Gideon Consult) naar hun bevindingen. Over hoe zij de deelname in een opdrachtgeversprijs hebben ervaren, of en hoe het hun eigen vak heeft beïnvloed en hoe zij aankijken tegen het wonen in Nederland in de toekomst. Ook vroegen we ze een project te noemen voor de komende editie van de Gouden Piramide, bij wijze van voordracht.

De lessen van de Gouden Piramide (deel 2): groen, water, cultuur, geschiedenis en landschap

In het tweede artikel van een vierluik spreken Sylvia Karres, Marinke Steenhuis en Stefan Kuks over de ongebouwde dimensie van gebiedsontwikkeling.

Landschap, natuur, water en groen hebben – de vorige 18 edities van de Gouden Piramide overziend – een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van deze prijs. Nota bene de eerste editie in 2003 werd gewonnen door de (mede) door Jac. P. Thijsse opgerichte Vereniging Natuurmonumenten (voor drie projecten waaronder de Uitkijktoren Fochteloërveen), een jaar later gevolgd door Stadsdeel Westerpark Amsterdam (voor het Cultuurpark Westergasfabriek). Het woongebied Blauwestad, met veel water en groen en ontwikkeld door de provincie Groningen, drie gemeenten en drie marktpartijen, pakte de prijs in 2005. Daarna werd het echter even stil. Nominaties waren er nog wel, zoals voor waterschap Regge en Dinkel in 2007 (De Doorbraak bij Almelo), park OVER-BOS van de gemeente Breda (2009) en het Máximapark van de gemeente Utrecht (2011).

In 2020 won Projectbureau Ooijen-Wanssum de prijs met de gelijknamige gebiedsontwikkeling, het project waarbij hoogwaterbescherming hand in hand ging met het ontwikkelen van natuur en landschap, het vergroten van de lokale leefbaarheid en het bevorderen van economische dynamiek. In de afgelopen editie van de prijs viel de inzending van de gemeente Rotterdam op voor het getijdenpark Eiland van Brienenoord, waarmee een nominatie werd binnengesleept. 21 hectare is opnieuw ingericht, waarbij stenen en asfalt zijn vervangen door een “dynamische deltanatuur”. Het project heeft onder meer als doel om de leefbaarheid van de aangrenzende woongebieden te versterken, bewoners kunnen hier sporten, ontspannen en recreëren. Bijzonder is dat de gemeente na de herinrichting het gebied de eerstkomende tijd met rust laat en de natuur haar gang laat gaan.